De rechtbank Rotterdam heeft op 25 januari 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van bedreiging, mishandeling en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. De verdachte werd vrijgesproken van bedreiging en mishandeling wegens onvoldoende bewijs en tegenstrijdige verklaringen.
Het bewezen verklaarde feit betreft het bezit van een omgebouwde alarmrevolver en vier kogelpatronen kaliber .22, aangetroffen in Rozenburg. De rechtbank achtte dit strafbaar en veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van 90 dagen, waarvan 76 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 180 uur. De onvoorwaardelijke straf werd beperkt tot de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis had doorgebracht.
De rechtbank nam in haar overwegingen mee dat het vuurwapen doorgaans in de woning werd bewaard en alleen buiten kwam doordat de ex-vriendin van verdachte hem met de koffer het huis uitzette. Verdachte had geen strafblad voor soortgelijke feiten en de reclassering adviseerde een voorwaardelijke straf zonder bijzondere voorwaarden. De taakstraf werd opgelegd om herhaling te voorkomen.
De rechtbank concludeerde dat het veiligheidsrisico van het bezit van vuurwapens groot is en dat streng optreden noodzakelijk is, maar vond de omstandigheden van het voorhanden hebben van het wapen buiten de woning niet zodanig dat een hogere straf gerechtvaardigd was. De vrijspraak voor bedreiging en mishandeling werd gebaseerd op onvoldoende steunend bewijs en onbetrouwbare verklaringen van het slachtoffer.