De rechtbank Rotterdam behandelde op 28 november 2024 een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond betreffende ondertoezichtstelling en verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen, geboren in 2013 en 2017. Tevens werd een verzoek tot gedeeltelijke toekenning van gezag over de jongste minderjarige aan de gecertificeerde instelling behandeld.
De feiten toonden aan dat de minderjarigen sinds september 2024 onder toezicht stonden en uit huis geplaatst waren vanwege onhoudbare en onveilige thuissituatie veroorzaakt door de psychische problematiek van de moeder. De moeder was onbereikbaar en nam haar medicatie niet, terwijl de vader onvoldoende in staat werd geacht voor de kinderen te zorgen. De Raad en de gecertificeerde instelling maakten zich zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen en de veiligheid.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling waren vervuld en verlengde de ondertoezichtstelling voor een jaar. De machtiging tot uithuisplaatsing werd verlengd voor drie maanden om de kinderen in een stabiele en veilige omgeving te houden. Het verzoek tot gedeeltelijke gezagstoekenning aan de gecertificeerde instelling werd afgewezen wegens gebrek aan belang, mede omdat een spoedverzoek tot schorsing van de moeder in het gezag reeds was toegewezen.
De rechtbank bepaalde dat nader onderzoek naar plaatsing bij de vader noodzakelijk is en stelde een vervolgzitting op 14 februari 2025 in. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de betrokken partijen werden opgeroepen voor de vervolgprocedure.