In deze zaak verzoekt de moeder vervangende toestemming om met de minderjarige naar Brussel te verhuizen. De rechtbank weegt de belangen van de minderjarige en beide ouders zorgvuldig af, waarbij de noodzaak van de verhuizing, de voorbereiding, de contactfrequentie, extra kosten en de communicatie tussen ouders centraal staan.
De rechtbank oordeelt dat er geen objectieve noodzaak is voor de verhuizing, mede omdat de moeder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar school en opvang in Brussel. Hoewel de moeder een baan en woning in Brussel heeft, is de huidige situatie in Rotterdam nog passend. De communicatie tussen ouders is verbeterd maar kwetsbaar, en een verhuizing zou deze delicate balans kunnen verstoren.
De zorgregeling wordt vastgesteld zoals die momenteel wordt uitgevoerd: de minderjarige verblijft elke zondag van 10:00 tot 18:00 uur bij de vader. Het verzoek tot opname van het ouderschapsplan wordt afgewezen. Het verzoek om een certificaat in het Frans af te geven wordt eveneens afgewezen wegens gebrek aan belang. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.