ECLI:NL:RBROT:2024:13777
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen gedeeltelijke weigering overname private schulden onder Wet hersteloperatie toeslagen
Eiseres, gedupeerde van de toeslagenaffaire, heeft een aanvraag ingediend voor overname van haar private schulden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister van Financiën heeft een deel van deze schulden overgenomen, maar een aantal schulden afgewezen. Eiseres maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank heeft beoordeeld of de minister terecht heeft geweigerd bepaalde schulden over te nemen. De kern van het geschil betrof de toepasselijkheid van de referteperiode van 1 januari 2006 tot 1 juni 2021, de vraag of afgeloste schulden in aanmerking komen voor compensatie, en de juistheid van de opeisbaarheidsdata van diverse vorderingen. De rechtbank oordeelde dat de minister binnen zijn beleidsvrijheid handelde en dat de referteperiode en voorwaarden uit de Wht correct zijn toegepast.
Daarnaast bleek uit de stukken dat sommige schulden volledig waren voldaan en daarom niet voor overname in aanmerking kwamen. Andere schulden waren volgens de minister na de referteperiode opeisbaar geworden, hetgeen eiseres onvoldoende heeft kunnen weerleggen. Ook betwistte eiseres de debiteurenstatus bij enkele vorderingen, maar kon dit niet onderbouwen.
De rechtbank concludeerde dat de minister de weigering van overname van de betreffende schulden terecht heeft gehandhaafd en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter N. Boonstra op 19 december 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de gedeeltelijke weigering tot overname van haar schulden is ongegrond verklaard.