ECLI:NL:RBROT:2024:13782

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 december 2024
Publicatiedatum
13 maart 2025
Zaaknummer
11318973 CV EXPL 24-24156
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:26 BWArt. 14 lid 2 Verordening Rome IArt. 6 lid 1 Verordening Rome IArt. 15 EVEX IIArt. 16 EVEX II
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs van levering bij consumentenkoop met achteraf betaalmethode

In deze zaak vordert Alektum Capital II AG betaling van een openstaand bedrag van €184,45 wegens niet-betaalde artikelen die via een webshop zijn besteld en achteraf betaald zouden worden via Klarna. De vordering is gebaseerd op een cessie van de oorspronkelijke vordering door de webshop aan Klarna en vervolgens aan Alektum.

De gedaagde betwist de vordering en stelt dat niet alle bestelde artikelen zijn geleverd. De kantonrechter oordeelt dat de eisende partij de levering moet stellen en bewijzen, omdat de koopprijs pas opeisbaar is na aflevering. Alektum heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de artikelen daadwerkelijk zijn geleverd.

Daarom wordt de vordering afgewezen, inclusief de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten. De proceskosten worden aan Alektum opgelegd, maar de kantonrechter begroot deze op nihil omdat de gedaagde in persoon procedeert zonder kosten te hebben gesteld.

Uitkomst: De vordering van Alektum wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van levering.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11318973 CV EXPL 24-24156
datum uitspraak: 27 december 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
de vennootschap naar buitenlands recht
ALEKTUM CAPITAL II AG,
vestigingsplaats: Zug (Zwitserland),
eiseres,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Alektum en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 6 september 2024, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de repliek zowel mondeling als schriftelijk.
1.2.
[gedaagde] heeft, hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, niet gereageerd op de repliek en heeft ook niet om verdere aanhouding verzocht.

2.De beoordeling

Wat is er gebeurd?
2.1.
[gedaagde] heeft op 2 november 2020 en 3 november 2020 artikelen besteld via de webshop van [naam] voor een totaalbedrag van € 244,45 inclusief verzendkosten. [gedaagde] heeft ervoor gekozen de koopprijs van de artikelen achteraf (in één keer) te betalen aan Klarna, een aanbieder van een ‘achteraf betaalmethode’. Direct na het voltooien van de koopovereenkomst heeft [naam] haar vordering op [gedaagde] aan Klarna overgedragen (door een zogeheten cessie). Klarna heeft de vordering vervolgens weer aan Alektum overgedragen. [gedaagde] heeft het factuurbedrag, ondanks aanmaning, grotendeels onbetaald gelaten. Daarom eist Alektum in deze procedure dat [gedaagde] wordt veroordeeld om het openstaande factuurbedrag van € 184,45 aan haar te betalen, met rente en buitengerechtelijke kosten. [gedaagde] is het niet eens met deze eis. Zij voert aan dat zij niet het gehele bedrag heeft betaald, omdat zij niet alle artikelen heeft ontvangen.
2.2.
De eis van Alektum wordt afgewezen. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
2.3.
Omdat Alektum gevestigd is in Zwitserland, heeft deze procedure een internationaal karakter. Allereerst dient daarom de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is om van deze vordering kennis te nemen. Nederland en Zwitserland zijn beide partij bij het Verdrag van Lugano van 30 oktober 2007 (PbEU 2007, L 339/3, hierna: ‘EVEX II’). Aangezien [gedaagde] in Nederland woont, is op grond van artikel 15 en Pro 16 van EVEX II de Nederlandse rechter bevoegd.
2.4.
Ingevolge artikel 14 lid 2 van Pro de in deze zaak toepasselijke Verordening Rome I wordt de betrekking tussen Alektum als cessionaris en [gedaagde] als schuldenaar beheerst door het recht dat op de gecedeerde vordering van toepassing is. Gelet op artikel 6 lid 1 Verordening Pro Rome I is dat in dit geval Nederlands recht.
De vordering van Alektum wordt afgewezen
2.5.
Een koopprijs is verschuldigd bij aflevering. Dat staat in artikel 7:26 lid 2 BW Pro. Het is de verkoper of de rechthebbende op de koopprijs die moet stellen en zo nodig moet bewijzen dat het gekochte geleverd is. De koopprijs is namelijk pas opeisbaar na levering. [gedaagde] betwist dat zij de bestelde zaken heeft ontvangen. Alektum heeft niet onderbouwd dat is geleverd, zodat de opeisbaarheid van de vordering niet is komen vast te staan. Daarom moet de vordering worden afgewezen.
Rente en buitengerechtelijke incassokosten
2.6.
Omdat de door Alektum geëiste hoofdsom wordt afgewezen, ontbreekt de grondslag voor toewijzing van de gevorderde wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten worden daarom afgewezen.
Essentiële informatieverplichtingen
2.7.
Aangezien de eis wordt afgewezen, heeft de kantonrechter niet getoetst of Alektum (althans [naam]) voorafgaand aan of bij het sluiten van de overeenkomst aan de essentiële informatieverplichtingen heeft voldaan.
Alektum moet de proceskosten betalen
2.8.
De proceskosten komen voor rekening van Alektum, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die Alektum aan [gedaagde] moet betalen op nihil, omdat zij in persoon procedeert en geen kosten heeft gesteld.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering van Alektum af;
3.2.
veroordeelt Alektum in de proceskosten, die aan de kant [gedaagde] worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken.
64039