De man en vrouw zijn in 2019 gescheiden. De rechtbank had op 5 juli 2024 bepaald dat de man vanaf 4 november 2023 maandelijks € 1.626,00 aan partneralimentatie aan de vrouw moet betalen. De man stelde hoger beroep in tegen deze beschikking, terwijl de vrouw executoriaal loonbeslag liet leggen om de alimentatie te innen.
In dit kort geding vordert de man opheffing van het loonbeslag en terugbetaling van reeds geïnde bedragen. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een evidente juridische of feitelijke misslag in de beschikking van 5 juli 2024. Nieuwe omstandigheden, zoals de geboorte van een dochter in september 2024, kunnen niet leiden tot wijziging van de beschikking met terugwerkende kracht.
Verder is onvoldoende onderbouwd dat de man een schuldenlast heeft die tot een misslag leidt. De belangenafweging valt uit in het voordeel van de vrouw, mede omdat zij recht heeft op een hoger alimentatiebedrag en het loonbeslag tot nu toe minder dan twee maanden van de verschuldigde alimentatie heeft opgebracht.
De vorderingen van de man worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd. De vrouw wordt niet veroordeeld in de kosten.