Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 18 mei 2022, maar verzoekster heeft inmiddels haar huurachterstand deels ingelopen en een minnelijk schuldsaneringstraject opgestart.
Verweerster, de woningbouwvereniging, stelt dat de huurachterstand is opgelopen tot meer dan negentien maanden ondanks beschermingsbewind. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming en dat het belang van verzoekster om in de woning te blijven en het schuldsaneringstraject te doorlopen zwaarder weegt dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren.
De rechtbank legt als voorwaarde op dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan en bepaalt dat de voorziening geldt voor zes maanden. Tevens verklaart de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, maar staat een nieuw verzoek later open.