De vrouw verzoekt de rechtbank om de bestaande zorgregeling te wijzigen, waarbij zij wil dat vanaf haar verhuizing naar de buurt van de man een co-ouderschapsregeling geldt met gelijke zorgverdeling. Tevens verzoekt zij om uitbreiding van de weekendzorg van twee naar drie weekenden per maand tot haar verhuizing.
De rechtbank stelt vast dat de huidige regeling goed functioneert en dat de man openstaat voor co-ouderschap zodra de vrouw in de buurt woont. Echter acht de rechtbank het te voorbarig om nu al een regeling vast te stellen voor deze toekomstige situatie, gezien de onzekerheid over de verhuizing.
Daarnaast oordeelt de rechtbank, mede op advies van de raad voor de kinderbescherming, dat uitbreiding van de weekendzorg tot drie weekenden per maand te belastend zou zijn voor de minderjarigen, die acht en twaalf jaar oud zijn en eigen activiteiten in Vlaardingen hebben.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek af en handhaaft de huidige zorgregeling inclusief de vakanties. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.