Partijen sloten een aannemingsovereenkomst waarbij eiser schilderwerkzaamheden zou verrichten voor een vaste prijs van €1.715,-. Bij annulering was overeengekomen dat 15% van de aanneemsom als annuleringsvergoeding zou gelden. Gedaagde annuleerde de opdracht omdat de woning spoedig in de verkoop zou gaan. Eiser stuurde een factuur voor de annuleringskosten, die gedaagde niet betaalde.
De kantonrechter beoordeelde of de annuleringsbepaling oneerlijk was en concludeerde dat deze niet zodanig afweek van de wettelijke vergoeding dat deze als oneerlijk kon worden aangemerkt. Gedaagde voerde aan dat eiser in verzuim was omdat de werkzaamheden niet in april waren uitgevoerd, maar dit werd verworpen omdat gedaagde de overeenkomst had opgezegd voordat de werkzaamheden zouden starten.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van de annuleringskosten van €280,40, vermeerderd met rente en incassokosten, en legde de proceskosten op aan gedaagde. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.