Marcan Vastgoed heeft funderingswerkzaamheden aan het gebouw van de VvE laten uitvoeren en de kosten daarvan voldaan. Partijen spraken af dat de VvE 37,5% van de kosten zou dragen, waarvan €100.000 ineens betaald zou worden en het resterende bedrag geleend zou worden met rente en aflossing binnen drie jaar.
Marcan vordert betaling van een restantbedrag van €67.059 en maandelijkse termijnbedragen van €2.619,88 vanaf augustus 2023. De rechtbank oordeelde in een tussenvonnis dat de VvE €181.425,88 aan kosten moest betalen, waarvan €100.000 ineens en €81.425,88 als lening met rente vanaf 1 april 2021.
De rechtbank stelt vast dat de VvE inmiddels €128.379,18 heeft betaald en veroordeelt haar tot betaling van het resterende bedrag van €56.868,82. De gevorderde maandelijkse termijnbetalingen worden afgewezen omdat deze al in het toegewezen bedrag zijn verdisconteerd.
Verder wordt de VvE veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van €921,82, berekend over het verschil tussen het door de rechtbank toegewezen bedrag en het door de VvE erkende bedrag. De kosten van de procedure worden gecompenseerd en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. De vorderingen in reconventie worden eveneens afgewezen.