De rechtbank Rotterdam behandelde een voorwaardelijk verzoek van verzoeker01, die stelde dat indien zou komen vast te staan dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst met NSD c.s., hij recht had op transitievergoeding, billijke vergoeding, loon en bonus. Dit verzoek is op de zitting ingetrokken. NSD c.s. handhaafde haar verzoek tot volledige proceskostenveroordeling en diende een zelfstandig tegenverzoek in.
De rechtbank oordeelde dat een volledige proceskostenveroordeling alleen aan de orde is bij misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen, hetgeen hier niet is vastgesteld. De rechtbank volgde het standpunt van NSD c.s. niet dat de procedure onnodig was, omdat de rechtsverhouding als overeenkomst van opdracht werd beschouwd. De rechtbank wees op haar ambtshalve bevoegdheid om de kwalificatie van de rechtsverhouding te beoordelen.
Bij gebrek aan inhoudelijk debat over het voorwaardelijk verzoek werd het liquidatietarief toegepast voor de proceskosten. Het zelfstandig tegenverzoek van NSD c.s. werd afgewezen, mede omdat dezelfde vordering reeds in de bodemzaak aan de orde was en daar bij tussenvonnis was afgewezen.
De rechtbank veroordeelde verzoeker01 tot betaling van proceskosten aan NSD c.s. ter hoogte van € 10.272,00 en NSD c.s. tot betaling van proceskosten aan verzoeker01 van € 571,00. Beide veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad en met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.