ECLI:NL:RBROT:2024:1532
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen besluit CBR wegens termijnoverschrijding
De rechtbank Rotterdam heeft op 28 maart 2024 uitspraak gedaan in de bestuursrechtelijke zaak tussen eiser en het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Het geschil betrof de niet-ontvankelijkverklaring van een bezwaar door het CBR wegens het te laat indienen van het bezwaarschrift.
Het CBR had het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na bekendmaking van het besluit was ingediend. De rechtbank toetste of deze termijnoverschrijding verschoonbaar was, maar concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift tijdig was verzonden. Zo ontbrak een poststempel en was het bezwaarschrift pas op 2 augustus 2023 ontvangen, terwijl de termijn op 19 juli 2023 eindigde.
De rechtbank overwoog dat het telefonisch contact van eiser met het CBR en de datum op het bezwaarschrift niet tot een andere conclusie leiden. Ook het feit dat het bezwaarschrift via een derde moest worden doorgestuurd, maakte de overschrijding niet verschoonbaar. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.