ECLI:NL:RBROT:2024:1536

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 februari 2024
Publicatiedatum
29 februari 2024
Zaaknummer
FT EA 24/84 / FT EA 24/85
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FwArt. 285 FwArt. 287b FwArt. 4b Regeling afsluitbeleid kleinverbruikers
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening en niet-ontvankelijkheid verzoek schuldsaneringsregeling wegens ontbreken spoedeisend belang

Verzoekster diende een verzoek in op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die verweerster zou verbieden de levering van gas en elektriciteit op te schorten. Verweerster, Essent Retail Energie B.V., was niet verschenen ter zitting en gaf geen verweer. Schuldhulpverlening verklaarde dat zij zich bij verweerster had gemeld en dat de aangekondigde afsluiting niet had plaatsgevonden.

De rechtbank beoordeelde of sprake was van een bedreigende situatie zoals vereist in artikel 287b, tweede lid, Faillissementswet. Gelet op de Regeling afsluitbeleid kleinverbruikers mag een energieleverancier niet afsluiten indien schuldhulpverlening is ingeschakeld. Omdat de afsluiting niet heeft plaatsgevonden en er geen spoedeisend belang was, wees de rechtbank het verzoek af.

Daarnaast verklaarde de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 284, tweede lid, Faillissementswet, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond. Verzoekster kan een nieuw verzoek indienen zodra dat mogelijk is.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en verzoek tot toelating schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet: afwijzing
toepassing schuldsaneringsregeling: niet-ontvankelijk
rekestnummers: [nummer]
uitspraakdatum: 15 februari 2024
[verzoekster],
wonende te [adres]
[woonplaats],
verzoekster.

1.De procedure

Verzoekster heeft op 18 januari 2024, met een verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet Pro (Fw), een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad.
In het vonnis van deze rechtbank van 23 januari 2024 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 8 februari 2024.
Ter zitting van 8 februari 2024 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoekster;
  • mr. E.R. Butin Bik, werkzaam bij Advocatenkantoor Moerdijk (hierna: schuldhulpverlening).
Essent Retail Energie B.V., gevestigd te ‘s-Hertogenbosch (hierna: verweerster) is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, zonder bericht van verhindering, niet ter terechtzitting verschenen.
De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.

2.Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe op grond van artikel 287b, eerste lid, Fw bij uitspraak een voorlopige voorziening te treffen en verweerster, te verbieden de nakoming van haar verbintenis die voortvloeit uit een overeenkomst tot het geregeld afleveren van gas en elektriciteit jegens verzoekster op te schorten.
Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat zij bekend is met de regeling “Regeling afsluitbeleid kleingebruikers”. Schuldhulpverlening heeft tevens meegedeeld zij zich heeft gemeld bij verweerster en dat de afsluiting niet heeft plaatsgevonden. Van verweerster is echter niets meer vernomen, om welke reden het moratoriumverzoek is ingediend. Verzoekster heeft verklaard dat zij 24 uur per week werkzaam is bij Humanitas en dat zij haar werkgever heeft verzocht om haar uren uit te breiden. Schuldhulpverlening heeft meegedeeld dat er sprake is van een vorm van budgetbeheer. De inkomsten zijn voldoende om de lopende termijnen van energie en gas te voldoen.

3.Het verweer

Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft verweerster geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunt schriftelijk dan wel ter zitting toe te lichten.

4.De beoordeling

Allereerst dient te worden beoordeeld of sprake is van een bedreigende situatie zoals dwingend is voorgeschreven in artikel 287b, tweede lid, Fw. Verzoekster heeft weliswaar een brief van verweerster overgelegd dat er tot afsluiting van de energie- en gaslevering zal worden overgegaan, echter, ingevolge artikel 4b lid 1 onder a van de Regeling afsluitbeleid kleinverbruikers mag een energieleverancier niet tot afsluiting van de energie- en/of gaslevering overgaan indien verzoekster heeft verzocht om schuldhulpverlening. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat zij zich heeft gemeld bij verweerster. Voorts heeft schuldhulpverlener gemeld dat de eerder aangekondigde afsluiting geen doorgang heeft gevonden. Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat thans geen sprake meer is van een (spoedeisend) belang dan wel een bedreigende situatie zoals is voorgeschreven in artikel 287b, tweede lid, Fw. Nu hiervan geen sprake is, zal het verzoek worden afgewezen.
Nu het minnelijk traject naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond, zal verzoekster gelet op het bepaalde in artikel 285, eerste lid, sub f, in samenhang met artikel 287, tweede lid, Fw, ten aanzien van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, niet-ontvankelijk worden verklaard. Zo nodig kan verzoekster te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek ex artikel 287b Fw af;
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek ex artikel 284, tweede lid, Fw.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van
C. van der Velde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2024.