ECLI:NL:RBROT:2024:1541

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 januari 2024
Publicatiedatum
29 februari 2024
Zaaknummer
FT EA 21-612
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens hervatting betalingen door schuldenares

De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling voor schuldenares, die sinds 2 juli 2021 onder deze regeling viel. De bewindvoerder had de rechter-commissaris verzocht om beëindiging, waarop diverse zittingen plaatsvonden waarbij schuldenares, haar partner en bewindvoerders werden gehoord.

De rechtbank stelde vast dat het boedelactief van circa €48.000,00 voldoende is om alle schuldeisers te voldoen, terwijl de schuldenlast €38.085,37 bedraagt. Hoewel schuldenares nog mogelijk belasting over 2023 moet betalen, is zij in staat ook deze verplichting na te komen. Hierdoor is zij financieel in staat om betalingen te hervatten.

Op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro b van de Faillissementswet wordt de schuldsaneringsregeling beëindigd. Tevens stelde de rechtbank het salaris van de bewindvoerder vast op maximaal €1.908,75 inclusief onkosten en omzetbelasting. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling omdat schuldenares in staat is betalingen te hervatten en stelt het salaris van de bewindvoerder vast.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
tussentijdse beëindiging
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 5 januari 2024
Bij vonnis van deze rechtbank van 2 juli 2021 is de toepassing van deschuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenares],
[adres]
[woonplaats],
schuldenares,
bewindvoerder: M. Zomerdijk.

1.De procedure

De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 19 januari 2023 met dit verzoek ingestemd.
De (waarnemend) bewindvoerder, schuldenares en de partner van schuldenares zijn gehoord ter terechtzitting van 2 maart 2023. De zitting is aangehouden.
De rechtbank heeft partijen op 7 maart 2023 een brief doen toekomen met daarin de ter zitting gemaakte afspraken.
De (waarnemend) bewindvoerder, de beschermingsbewindvoerder, schuldenares en de partner van schuldenares zijn gehoord ter terechtzitting van 7 september 2023. De zitting is aangehouden.
De rechtbank heeft partijen op 14 september 2023 een brief doen toekomen met daarin de ter zitting gemaakte afspraken. De rechtbank heeft de voortgang van de zitting bepaald op 21 december 2023.
Ter terechtzitting van 21 december 2023 zijn verschenen en gehoord:
  • schuldenares;
  • [naam], partner van schuldenares;
  • mevrouw J.M. Hoogland, (waarnemend) bewindvoerder;
  • de heer P.A. Krul, beschermingsbewindvoerder.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De standpunten

Voor de standpunten van de rechter-commissaris, de (waarnemend) bewindvoerder, de beschermingsbewindvoerder en schuldenares verwijst de rechtbank naar de desbetreffende gedingstukken en het verhandelde ter zitting.

3.De beoordeling

De rechtbank stelt vast dat het boedelactief voldoende is om alle aangemelde schuldvorderingen te voldoen. Het huidige boedelactief bedraagt, volgens de (waarnemend) bewindvoerder, zo’n € 48.000,00, terwijl de schuldenlast € 38.085,37 bedraagt. Schuldenares dient nog inkomensbelasting over het jaar 2023 te betalen. Dit betekent dat schuldenares mogelijk nog een bedrag verschuldigd zal zijn aan de Belastingdienst. Indien blijkt dat schuldenares nog een bedrag aan de Belastingdienst dient te voldoen, dan is schuldenares in staat om deze vordering(en) van de Belastingdienst over 2023 alsnog te voldoen. De rechtbank stelt vast dat schuldenares in een zodanige financiële positie verkeert, dat zij in staat is de betalingen te hervatten.
De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid onder b Faillissementswet.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

4.De beslissing

De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal
€ 1.908,75;
Dit vonnis is gewezen door mr. C.de Jong, rechter, en in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 5 januari 2024. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.