Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- schuldenares;
- [naam], partner van schuldenares;
- mevrouw J.M. Hoogland, (waarnemend) bewindvoerder;
- de heer P.A. Krul, beschermingsbewindvoerder.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling voor schuldenares, die sinds 2 juli 2021 onder deze regeling viel. De bewindvoerder had de rechter-commissaris verzocht om beëindiging, waarop diverse zittingen plaatsvonden waarbij schuldenares, haar partner en bewindvoerders werden gehoord.
De rechtbank stelde vast dat het boedelactief van circa €48.000,00 voldoende is om alle schuldeisers te voldoen, terwijl de schuldenlast €38.085,37 bedraagt. Hoewel schuldenares nog mogelijk belasting over 2023 moet betalen, is zij in staat ook deze verplichting na te komen. Hierdoor is zij financieel in staat om betalingen te hervatten.
Op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro b van de Faillissementswet wordt de schuldsaneringsregeling beëindigd. Tevens stelde de rechtbank het salaris van de bewindvoerder vast op maximaal €1.908,75 inclusief onkosten en omzetbelasting. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling omdat schuldenares in staat is betalingen te hervatten en stelt het salaris van de bewindvoerder vast.