Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- schuldenaar;
- [naam], partner van schuldenaar;
- mevrouw J.M. Hoogland, (waarnemend) bewindvoerder;
- de heer P.A. Krul, beschermingsbewindvoerder.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 5 januari 2024 de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van de schuldenaar. Deze procedure volgde op een verzoek van de bewindvoerder, dat door de rechter-commissaris was goedgekeurd. Tijdens meerdere zittingen werden de schuldenaar, diens partner en de bewindvoerders gehoord.
De rechtbank stelde vast dat het boedelactief, circa €48.000, voldoende is om alle schuldvorderingen van €38.085,37 te voldoen. Hoewel de partner van de schuldenaar nog inkomensbelasting over 2023 moet betalen, is de verwachting dat deze verplichting voldaan kan worden. Hierdoor verkeert de schuldenaar in een financiële positie die het hervatten van betalingen mogelijk maakt.
Op grond hiervan beëindigde de rechtbank de schuldsaneringsregeling conform artikel 350 lid 3 sub b van Pro de Faillissementswet. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder, inclusief onkosten en omzetbelasting, vastgesteld op maximaal €1.908,75. De uitspraak werd gedaan door rechter C. de Jong en griffier T.M.M. de Laat. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling omdat schuldenaar in staat is betalingen te hervatten en stelt het salaris van de bewindvoerder vast.