Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2024:1550

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 maart 2024
Publicatiedatum
29 februari 2024
Zaaknummer
ROT 23/7101
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding

Eiseres maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, maar diende dit bezwaar te laat in. De rechtbank stelt vast dat de bezwaartermijn van zes weken, die begon te lopen na de bekendmaking van het besluit op 7 juli 2023, op 19 augustus 2023 eindigde. Het bezwaarschrift werd na deze termijn ontvangen en is daarmee niet tijdig ingediend.

Eiseres voerde aan dat haar drukke persoonlijke omstandigheden, waaronder het runnen van een zorgonderneming en de zorg voor drie kinderen, waaronder één met speciale zorgbehoeften, een verschoonbare reden vormden voor de late indiening. Tevens stelde zij dat er geen belangen van derden in het geding waren en dat zij in persoon had geprocedeerd.

De rechtbank oordeelt echter dat deze omstandigheden niet zodanig zijn dat zij het te laat indienen kunnen verontschuldigen. Het college heeft terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond en het bestreden besluit blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat en niet verschoonbaar is ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/7101

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 maart 2024 in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres

(gemachtigde: mr. G.A.S. Maduro),
en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het college van 18 oktober 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Het college heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend. De rechtbank komt tot het oordeel dat het bezwaar te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. Het college heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken. [1] Deze termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. [2] Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden. Een bezwaarschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. [3] Wanneer het bezwaarschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post [4] wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn onder voorwaarden ook tijdig ingediend. [5] Die voorwaarden zijn dat het bezwaarschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij het bestuursorgaan is ontvangen. Als op de enveloppe een leesbaar poststempel is geplaatst, neemt de rechtbank in beginsel aan dat het bezwaarschrift op die dag op de post is gedaan. De rechtbank wijkt alleen van dit uitgangspunt af als de indiener van het bezwaarschrift aannemelijk maakt dat het op een eerdere datum op de post is gedaan. Als op de enveloppe geen (leesbaar) poststempel is geplaatst, neemt de rechtbank in beginsel aan dat het bezwaarschrift tijdig op de post is gedaan als het de eerste of tweede werkdag na de bezwaartermijn is ontvangen. De rechtbank wijkt alleen van dit laatste uitgangspunt af als op grond van vaststaande feiten aannemelijk is dat het bezwaarschrift later dan de laatste dag van de termijn op de post is gedaan.
3.1.
Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verontschuldigbaar is. Dan laat het bestuursorgaan niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. [6]
Is het bezwaarschrift te laat ingediend?
4. Het staat vast dat het college het besluit (waartegen bezwaar is gemaakt) bekend heeft gemaakt op 7 juli 2023 door verzending per post, zodat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigde op 19 augustus 2023.
4.1.
Het is niet in geschil dat eiseres te laat bezwaar heeft gemaakt tegen het primaire besluit van 7 juli 2023. Het bezwaarschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Eiseres voert aan dat het college heeft erkend dat sprake was van een tijdsintensieve situatie waarin zij verkeerde. Eiseres heeft een zorgonderneming en zij heeft daarnaast de zorg over drie kinderen (waarvan één speciale zorgbehoeftes heeft), waardoor zij het erg druk had en onvoldoende acht heeft geslagen op het tijdig maken van bezwaar. Ook zijn in dit geval geen belangen van derden in geschil en werd er in persoon geprocedeerd. Volgens eiseres past het onder deze omstandigheden dan ook niet om haar aan te rekenen dat later bezwaar is aangetekend.
6. De rechtbank is van oordeel dat het college terecht het standpunt heeft ingenomen dat geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het college heeft in het bestreden besluit toegelicht dat, ofschoon wordt aangenomen dat sprake is (geweest) van een intensieve situatie voor eiseres, de aangevoerde omstandigheden niet zodanig zijn dat kan worden aangenomen dat eiseres helemaal niet in staat was om op tijd (pro forma) bezwaar te maken. Eiseres heeft, zo verklaarde zij zelf, over de datum van indiening heen gekeken door de consternatie over het nieuwe schooljaar van de kinderen, de onzekerheid over het feit dat zij voor haar kind zonder vervoer zat en het plannen van haar werk met alle zorgtaken. Ondanks deze omstandigheden komen de gevolgen voor het te laat indienen van het bezwaar voor haar rekening en risico. De rechtbank is van oordeel dat de overig aangevoerde omstandigheden, namelijk dat geen belangen van derden in geschil zouden zijn en eiseres in persoon zou hebben geprocedeerd, niet tot een andere conclusie kunnen leiden.

Conclusie en gevolgen

7. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2024.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6:7 van Pro de Awb.
2.Dit volgt uit artikel 6:8, eerste lid, van de Awb.
3.Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
4.Onder gewone post wordt verstaan door PostNL of door ieder ander bij de Autoriteit Consument en Markt geregistreerd postvervoerbedrijf.
5.Dit volgt uit artikel 6:9, tweede lid, van de Awb.
6.Dit volgt uit artikel 6:11 van Pro de Awb.