Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan elf schuldeisers, waarbij tien schuldeisers instemden en één schuldeiser, met een vordering van 22,2% van de totale schuld, weigerde mee te werken. De rechtbank heeft vastgesteld dat het voorstel zorgvuldig is getoetst en dat het het uiterste is wat verzoeker kan bieden, gebaseerd op zijn Participatiewet-uitkering en beperkte verdiencapaciteit.
De rechtbank overweegt dat het weigeren van instemming door de schuldeiser niet redelijk is, gezien de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers die wel akkoord zijn gegaan. De aangeboden regeling levert een beter resultaat op dan de wettelijke schuldsaneringsregeling, die hogere kosten en een langere looptijd kent.
Daarom beveelt de rechtbank de schuldeiser om in te stemmen met het akkoord, veroordeelt hem in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.