De rechtbank Rotterdam heeft op 1 februari 2024 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de beëindiging van een schuldsaneringsregeling. Schuldenares had een nieuwe schuld van €12.266 bij de Belastingdienst laten ontstaan door teveel ontvangen toeslagen, veroorzaakt door het inkomen van haar meerderjarige inwonende dochter. Hoewel schuldenares stelt dat zij de beschermingsbewindvoerder tijdig heeft geïnformeerd, is dit onvoldoende aannemelijk gebleken.
De bewindvoerder adviseerde de rechtbank om de schone lei te weigeren omdat schuldenares nieuwe schulden heeft laten ontstaan en geen concreet, houdbaar plan heeft aangedragen om deze schuld in te lossen. Schuldenares stelde dat zij als zzp'er werkt en een voorstel deed om de schuld binnen een jaar af te lossen, maar dit voorstel hield onvoldoende rekening met kosten en de schuldsaneringsregeling van haar partner.
De rechtbank oordeelde dat het ontstaan van nieuwe schulden niet is toegestaan binnen de regeling en dat schuldenares tekort is geschoten in haar verplichtingen. De rechtbank weigerde de schone lei en beëindigde de regeling per 18 november 2023. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld.