Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 8 januari 2024, met bijlagen;
- het e-mailbericht van 16 januari 2024 van de zijde van [eiser01] .
2.Wat is de kern?
3.De beoordeling
- als [gedaagde01] de bedoeling had gehad om de huurovereenkomst aan te gaan namens een Ltd. die nog moest worden opgericht, had het voor de hand gelegen dat partijen dit in de huurovereenkomst hadden opgenomen, of hadden zij na de oprichting van de Ltd. een nieuwe huurovereenkomst moeten sluiten. Dat is niet gedaan;
- in de huurovereenkomst staat als handelsnaam ‘ [bedrijf01] ’, maar de Ltd. heeft de naam ‘ [bedrijf02] LTD’ gekregen. Daarom kan niet worden gezegd dat deze laatste Ltd. door partijen als huurder is beoogd;
- de Ltd. is pas op 5 januari 2018 opgericht, met als startdatum 8 februari 2018, terwijl de huurovereenkomst per 1 april 2017 is aangegaan. Dat er zoveel tijd is verstreken tussen het aangaan van de huurovereenkomst en de oprichting van de Ltd., is ook een aanwijzing dat het bij het aangaan van de huurovereenkomst niet de bedoeling was om de Ltd. als huurder aan te merken;
- de girale betalingen van de huurprijs zijn door [gedaagde01] steeds betaald vanaf zijn privérekening. Hoewel de huurprijs door een ander dan de huurder mag worden betaald, is dit in de gegeven omstandigheden een aanwijzing dat [gedaagde01] zelf de huurder is;
- in artikel 9 van Pro de huurovereenkomst staat dat [gedaagde01] in persoon aansprakelijk is voor de maandelijkse huur. In dit artikel staat namelijk het volgende: “
- [gedaagde01] heeft geen stukken (e-mailberichten of whatsappcorrespondentie) overgelegd waaruit blijkt dat partijen hebben beoogd de Ltd. als huurder aan te merken.