Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor het legaliseren van een reeds gerealiseerde bootoverkapping bij een recreatiewoning op een perceel met bestemming "recreatieve voorzieningen IV" en "water II". Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft de aanvraag geweigerd omdat de bootoverkapping als botenloods wordt aangemerkt, welke volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan.
De rechtbank oordeelt dat het begrip "botenloods" niet in het bestemmingsplan is gedefinieerd, maar dat uit de plantoelichting en het Van Dale Groot woordenboek volgt dat het een licht gebouw betreft, wat ook op de bootoverkapping van eiser van toepassing is. Hierdoor is sprake van strijd met het bestemmingsplan. Tevens is de bootoverkapping deels gelegen binnen de bestemming "water II", waar bouwen van een botenloods eveneens verboden is.
Eiser voerde aan dat de bootoverkapping niet in strijd is met het bestemmingsplan en dat het college ten onrechte het Beeldkwaliteitsplan (BKP) heeft betrokken bij de beoordeling. De rechtbank stelt echter dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de bootoverkapping in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat het BKP als geldend beleid kan worden betrokken.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De rechtbank bevestigt dat het college terecht heeft geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen.