Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
mr. N.E. Moerkerken als griffiers, en op schrift gesteld op 18 januari 2023.
Rechtbank Rotterdam
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen tot zes maanden. De kinderen wonen bij hun moeder en er is sprake van weerstand bij de kinderen tegen omgang met hun vader. De GI heeft het ouderschapsbemiddelingstraject ingezet, maar het contactherstel met de vader is niet van de grond gekomen.
De vader en zijn advocaat pleitten voor verlenging omdat zonder ondertoezichtstelling geen contactherstel mogelijk zou zijn, mede door de houding van de moeder en het gebrek aan actieve hulpverlening. De moeder en school stelden dat er geen zorgen zijn over de kinderen en dat contactherstel niet realistisch is.
De kinderrechter oordeelde dat de gronden voor ondertoezichtstelling volgens artikel 1:255 BW Pro niet meer aanwezig zijn. Er is geen ernstige ontwikkelingsbedreiging en het enkel tot stand brengen van omgang met de vader is geen toereikende grond voor verlenging. Het verzoek is daarom afgewezen, maar het traject bij Enver wordt gecontinueerd in het belang van de kinderen.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen wegens ontbreken van de wettelijke gronden.