Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 6 juli 2024 met bijlagen en het herstelexploot van 14 juli 2024;
- het antwoord, met bijlagen;
- de akte van [gedaagde01] , met bijlagen;
- de pleitnota van [gedaagde01] .
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Havensteder en een huurder die een woning aan de [adres01] te Rotterdam huurt. Havensteder stelt dat de huurder de woning heeft gebruikt als illegale seksinrichting, waarbij prostitutiewerkzaamheden werden verricht. Dit zou in strijd zijn met de huurovereenkomst en de algemene huurvoorwaarden.
Uit een bestuurlijke rapportage blijkt dat op 6 april 2023 de politie constateerde dat twee vrouwen seksuele diensten aanboden in de woning, met bewijs van intensieve promotie via WhatsApp en sms. De huurder heeft dit niet voldoende weersproken en is daarmee tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen als huurder.
De kantonrechter oordeelt dat deze tekortkoming zwaar genoeg is om de huurovereenkomst te ontbinden. Het belang van Havensteder bij het tegengaan van illegale prostitutie en het beschermen van de leefomgeving weegt zwaarder dan de persoonlijke omstandigheden van de huurder. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen, betaling van een boete van € 2.500,- plus wettelijke rente, en proceskosten.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat het belang van Havensteder bij snelle ontruiming zwaarder weegt dan het belang van de huurder bij het behoud van de woning. Het verzoek van de huurder om het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren wordt afgewezen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens illegale prostitutie, met ontruiming binnen 14 dagen en een boete van € 2.500,- plus rente.