Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 februari 2024 in de zaak tussen
[naam eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Eiseres stelt zich – samengevat – op het standpunt dat verweerder de woonkostentoeslag niet juist heeft berekend. Verweerder is uitgegaan van een onjuist breukdeel voor de opstalverzekering en de kosten voor de lift- en de cv-installatie zijn ten onrechte niet opgenomen in de rekenhuur. Verder heeft verweerder niet het volledige bedrag aan waterschapslasten in aanmerking genomen en is de woonkostentoeslag ten onrechte niet per 1 juli 2022 geïndexeerd. Omdat de huurtoeslag wel jaarlijks per 1 juli wordt geïndexeerd, is sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel.
Daarnaast heeft verweerder ten onrechte geen rekening gehouden met de gegevens die eiseres over haar leningen heeft overgelegd. Eisers is van mening dat er geen deugdelijke belangenafweging heeft plaatsgevonden en dat verweerder geen maatwerk heeft geleverd. Eiseres stelt dat verweerder niet alle voor de procedure relevante stukken heeft overgelegd. Verder vordert eiseres een immateriële schadevergoeding omdat verweerder haar persoonsgegevens niet conform de daarvoor op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en Europees en internationaal geldend recht geldende regels heeft verwerkt.
€ 616,00 per jaar.
Uit verweerders berekening van de hoogte van de woonkostentoeslag volgt dat verweerder rekening heeft gehouden met de in artikel 4.3, eerste lid, van de Beleidsregels genoemde vaste woonlasten. In de berekening zijn immers bedragen opgenomen ten aanzien van de afvalstoffenheffing, de onroerende zaakbelasting, het rioolrecht, de waterschapslasten en de opstalverzekering en onderhoudskosten. In het verweerschrift heeft verweerder, onder verwijzing naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 1 augustus 2023 op een aantal hoger beroepen van eiseres, het breukdeel voor de opstalverzekering aangepast en een volledige herberekening gemaakt van de woonkostentoeslag. Dit heeft geresulteerd in een lager bedrag aan woonkostentoeslag dan met het bestreden besluit is toegekend, te weten € 154,71. Eiseres heeft naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat verweerder bij de in het verweerschrift opgenomen berekening van onjuiste bedragen is uitgegaan. Op grond van de Beleidsregels wordt alleen het eigenaarsdeel van de waterschapslasten in de berekening van de woonkostentoeslag in aanmerking genomen. Daarnaast zijn kosten voor de cv-installatie en de lift in aanmerking genomen voor de berekening van de rekenhuur. De Beleidsregels voorzien niet in een indexering per 1 juli, zodat verweerder niet gehouden was de woonkostentoeslag te verhogen. Anders dan eiseres stelt, is dit niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel. De situatie van eiseres is een andere dan de situatie van huurders die huurtoeslag ontvangen, zodat van gelijke gevallen geen sprake is.