ECLI:NL:RBROT:2024:1745
Rechtbank Rotterdam
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering omwisselen guldenbankbiljetten wegens witwasrisico
Eiser diende een aanvraag in bij De Nederlandsche Bank (DNB) om guldenbankbiljetten om te wisselen in euro's, maar deze werd afgewezen omdat hij geen overtuigend bewijs kon leveren over de herkomst van de bankbiljetten. Eerder had eiser al meerdere omwisselverzoeken ingediend die wel werden ingewilligd. DNB voerde aan dat zij op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) verplicht is onderzoek te doen naar mogelijke witwasrisico's en dat bij twijfel geen omwisseling mag plaatsvinden.
Tijdens de procedure bleek dat eiser tegenstrijdige verklaringen had afgelegd over de herkomst van de bankbiljetten: aanvankelijk stelde hij dat hij de biljetten zelf contant had opgenomen en bewaard, later verklaarde hij dat hij de biljetten na het overlijden van zijn echtgenote had aangetroffen. Ook leverde hij geen documenten aan die de herkomst konden onderbouwen. DNB vermoedde daarom dat de biljetten mogelijk uit een misdrijf afkomstig waren, waaronder belastingontduiking.
De rechtbank oordeelde dat DNB terecht een verscherpt onderzoek heeft verricht en dat het afwijzen van het omwisselverzoek gerechtvaardigd was. De stelling van eiser dat het geen zwart geld betreft en dat hij de biljetten bij de Belastingdienst had opgegeven, maakte dit niet anders. Ook het beroep op toezeggingen van een voormalig minister van Financiën faalde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van DNB tot afwijzing van het omwisselverzoek wordt gehandhaafd.