Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 13 februari 2024, met bijlagen 1 tot en met 11;
- de mondelinge behandeling op 27 februari 2024.
Rechtbank Rotterdam
De man en vrouw waren samen eigenaar van een woning, ondanks dat hun relatie bijna vier jaar geleden is geëindigd. De man wil de woning verkopen om een andere woning te kunnen kopen of huren, maar stelt dat de vrouw niet meewerkt aan de verkoop.
De vrouw is niet verschenen bij de mondelinge behandeling, waardoor verstek tegen haar is verleend. De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering van de man niet ongegrond of onrechtmatig is en wijst deze grotendeels toe. De vrouw wordt veroordeeld om binnen twee weken haar medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning, waarbij bepaalde handelingen door het vonnis kunnen worden vervangen als zij niet meewerkt.
Daarnaast wordt de vrouw veroordeeld tot het verlaten van de woning binnen acht weken indien zij blijft weigeren mee te werken, en zich uit te schrijven van het adres. Dwangsommen worden opgelegd voor het niet naleven van bepaalde verplichtingen, met maxima van €10.000 en €2.500. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot medewerking aan verkoop en ontruiming van de woning met dwangsommen, verstek tegen haar verleend.