Eiser heeft beroep ingesteld tegen de verlening van een omgevingsvergunning door het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard voor het bouwen van een woning aan een perceel naast zijn woning. Het bouwplan wijkt fors af van het bestemmingsplan, met name door een overschrijding van het toegestane bouwvolume en het deels buiten het bouwvlak bouwen.
De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het bijbehorende bestemmingsplan “Buitengebied West”. Het college heeft de vergunning verleend met toepassing van de kruimelgevallenregeling, waarbij het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank oordeelt dat het college de grondslag voor de vergunning voldoende heeft hersteld en toegelicht na het advies van de bezwaarschriftencommissie.
Hoewel het bouwvolume fors groter is dan toegestaan, is het grootste deel van de overschrijding toe te schrijven aan ondergrondse kelderruimte die geen ruimtelijke impact heeft. Het stedenbouwkundig advies bevestigt dat de ruimtelijke impact gering is en het plan ruimtelijk aanvaardbaar is. Ook is geen sprake van een bedrijfswoning, aangezien het perceel de bestemming “Wonen-1” heeft en de woning als zelfstandige woning wordt gebruikt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de vergunning in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door rechter A. Dingemanse op 1 maart 2024.