ECLI:NL:RBROT:2024:1795

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 maart 2024
Publicatiedatum
7 maart 2024
Zaaknummer
ROT 23/4781
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
  • M.G.L. de Vette
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:5 AwbArt. 7:1 AwbArt. 62g ParticipatiewetArt. 62h Participatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen verhaalsbeschikking Participatiewet

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder om het bezwaar tegen een verhaalsbeschikking niet-ontvankelijk te verklaren. De verhaalsbeschikking betreft een onderhoudsbijdrage van € 97,00 per maand voor het kind van eiser.

De rechtbank stelt vast dat op grond van de Participatiewet en de Awb bezwaar en beroep tegen verhaalsbesluiten niet mogelijk zijn. Verhaalsbesluiten zijn onttrokken aan de bestuursrechterlijke bevoegdheid. De rechtbank komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de hoogte van de onderhoudsbijdrage.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen als zij het niet eens zijn met deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de verhaalsbeschikking wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/4781

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 maart 2024 in de zaak tussen

[Naam] , uit [Plaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 19 juni 2023 (bestreden besluit),
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Verweerder heeft op 4 april 2023 een onderhoudsbijdrage van € 97,00 per maand vastgesteld voor het op 27 mei 2008 geboren kind van eiser. Bij het bestreden besluit is het bezwaarschrift tegen het verhaalbesluit van 4 april 2023 niet-ontvankelijk verklaard, omdat daartegen geen bezwaar mogelijk is. De rechtbank stelt vast dat het geschil zich beperkt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaarschrift van eiser. Aan een inhoudelijke beoordeling omtrent de hoogte van deze onderhoudsbijdrage komt de rechtbank niet toe.
3. Op grond van artikel 8:5, eerste lid, van de Awb in verband met artikel 1, onder het kopje Participatiewet, van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak kan geen bezwaar of beroep worden ingesteld tegen een besluit op grond van paragraaf 6.5 van de Participatiewet (PW). In die paragraaf is het verhaal van bijstand geregeld. In artikel 62g, eerste lid, van de PW is het besluit tot verhaal anders dan op basis van een alimentatiebeschikking van de rechtbank geregeld. In artikel 62g, tweede lid, van de PW is bepaald dat het bestuursorgaan over kan gaan tot verhaal in rechte, als de belanghebbende niet uit eigen beweging bereid is de verlangde gelden te betalen. In artikel 62h van de PW is geregeld dat verzoekschriften met betrekking tot verhaal in rechte worden ingediend bij de rechtbank. Deze zaken worden behandeld door de familiekamer en daarop zijn van toepassing de regels van de verzoekschriftprocedure in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
4. Dit wettelijk kader brengt mee dat verweerder het bezwaar tegen de vaststelling van de hoogte van het verhaalsbedrag, terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat elk besluit omtrent verhaal op grond artikel 8:5, eerste lid, van de Awb is onttrokken aan de bevoegdheid van de bestuursrechter. Daarom staat, gelet op artikel 7:1 van Pro de Awb, tegen die besluiten ook geen bezwaar op grond van de Awb open.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.G.L. de Vette, rechter, in aanwezigheid van J.G. Mierop, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.