De huurder, een consument, huurt sinds april 2022 een woning van de verhuurder, die als handelaar wordt aangemerkt. De huurprijs werd verhoogd van €1000 naar €1033,83 per maand vanaf juli 2023. Door financiële problemen kon de huurder de huur niet volledig betalen, met een huurachterstand van €5.663,38 tot november 2023. Partijen spraken af dat de huurder de woning uiterlijk 15 januari 2024 zal verlaten.
De rechter beoordeelde ambtshalve of de huurovereenkomst en algemene bepalingen oneerlijke bedingen bevatten conform Richtlijn 93/13 EG. De huurprijswijzigingsbepaling, die een jaarlijkse verhoging van CPI plus 5% toestaat, werd als oneerlijk beoordeeld omdat deze de wettelijke maximale verhoging (CPI plus 1%) overschrijdt. Dit beding wordt buiten toepassing gelaten, waardoor de huurachterstand wordt aangepast naar €5.494,23.
Het boetebeding van €10 per dag met een maximum van €2.000,- bij overtreding van verplichtingen, waaronder niet tijdig betalen van huur, werd eveneens als oneerlijk beoordeeld vanwege disproportionaliteit ten opzichte van wettelijke rente. Dit beding wordt ook buiten toepassing gelaten, en de gevorderde wettelijke rente wordt afgewezen.
De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstige huurachterstand, ondanks de financiële situatie van de huurder. De huurder moet een gebruiksvergoeding van €1.000 per maand betalen tot ontruiming. De incassokosten van €425,27 en proceskosten van €1.186,85 worden toegewezen aan de verhuurder. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.