ECLI:NL:RBROT:2024:1884
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.W.C. van der Feltz
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde restaurant in Vlaardingen en afwijzing beroep tegen waardering
De rechtbank Rotterdam heeft op 28 februari 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een restaurant met opslagruimte in Vlaardingen per 1 januari 2021. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €298.000,- en het bezwaar ongegrond verklaard.
Eiser stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld, mede vanwege de coronacrisis die volgens hem een negatieve invloed had op de huurwaarde. Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatierapport en vergelijkbare huurcijfers van andere restaurants in Vlaardingen, waarbij rekening werd gehouden met de wet van de afnemende meeropbrengst en een leegstandsrisico van 15%.
De rechtbank oordeelde dat verweerder slaagde in zijn bewijslast en dat de huurcijfers de coronacrisis al verdisconteerden. Eiser kon geen concrete gegevens overleggen die een negatieve invloed op de huurwaarde aantonen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.