Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- [naam01] , werkzaam bij Stroomopwaarts (hierna: schuldhulpverlening);
- [naam02] , partner van verzoekster.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. De rechtbank beoordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege het vonnis tot ontruiming en het exploot dat de ontruiming aankondigt.
De financiële situatie van verzoekster is sinds november 2022 verbeterd doordat zij en haar partner beiden inkomen uit arbeid hebben, waarmee de lopende huurtermijnen sinds juli 2023 worden voldaan. Schuldhulpverlening bevestigt dat het stabilisatietraject is afgerond en de onderzoeksfase is gestart.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster, die in haar woning wil blijven en het schuldhulpverleningstraject wil voortzetten, zwaarder dan het belang van verweerder bij uitvoering van het ontruimingsvonnis. Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.
Daarnaast verklaart de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet spoedig wordt afgerond. Verzoekster kan later een nieuw verzoek indienen.
De voorziening geldt voor zes maanden vanaf 9 januari 2024 en verlengt de huurovereenkomst voor die periode. Schuldhulpverlening dient uiterlijk twee weken voor afloop verslag uit te brengen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.