Eiseres kreeg een boete van €5.000 opgelegd omdat zij een koe ter slacht aanbood terwijl het dier nog in de wachttijd zat van een toegediend diergeneesmiddel. De toezichthouder van de NVWA stelde dit vast op basis van een rapport met bevindingen, waaronder een visitebrief van de dierenarts die aangaf dat het dier op 23 oktober 2021 was behandeld met een middel met een wachttijd van vier dagen.
Eiseres voerde aan dat haar vennoot niet wist van de wachttijd en dat de dierenarts onvoldoende duidelijkheid gaf. Ook stelde zij dat zij te goeder trouw handelde en dat de boete te hoog was, mede omdat de vennoot strafrechtelijk vervolgd wordt. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet kon afgaan op mondelinge mededelingen en dat zij de visitebrief had kunnen controleren, waardoor de overtreding haar terecht kan worden toegerekend.
De rechtbank vond de hoogte van de boete passend gezien het doel van de regeling ter bescherming van de volksgezondheid. Ook was de redelijke termijn niet overschreden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.