Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- G. Fontijne en O.S.B. Karstens, beiden werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- F. Spruijt, namens [schuldeiser].
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om een dwangakkoord af te kondigen tegen een schuldeiser die weigerde in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. De regeling voorzag in een gedeeltelijke betaling aan preferente en concurrente schuldeisers, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoeker, die inmiddels een WW-uitkering ontvangt.
Dertien van de veertien schuldeisers stemden in met het voorstel, terwijl één schuldeiser bezwaar maakte en stelde dat volledige voldoening van haar vordering mogelijk was. De rechtbank overwoog dat het voorstel door een onafhankelijke partij was getoetst en dat verzoeker zich maximaal inspant om af te lossen. Tevens werd het belang van de meerderheid van schuldeisers en verzoeker zwaarder geacht dan dat van de weigeraar.
De rechtbank wees het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af en kondigde het dwangakkoord af, waardoor verzoeker kan voortgaan met betalingen. De schuldeiser die weigerde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen acht dagen worden aangevochten door hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de schuldeiser tot instemming met de schuldregeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.