Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- P. Ramjiawan en I. van Daele, beiden werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlener);
- N. Bennett, werkzaam bij het CVD (hierna: begeleider);
- N. de Laat, namens [schuldeiser].
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zeven schuldeisers, waarbij zes schuldeisers instemden maar één schuldeiser, met een vordering van 60% van de totale schuldenlast, weigerde. De regeling voorziet in een uitkering van 2,43% aan concurrente schuldeisers en 4,86% aan preferente schuldeisers, gefinancierd via een saneringskrediet.
De rechtbank stelt vast dat verzoeker een Pw-uitkering ontvangt en vrijgesteld is van sollicitatieplicht vanwege medische en sociale redenen. De regeling is zorgvuldig getoetst door de Kredietbank Rotterdam en is het maximale haalbare voorstel. De rechtbank overweegt dat de schuldsaneringsregeling (WSNP) minder gunstig zou zijn voor schuldeisers door bijkomende kosten en latere uitkering.
Gezien de belangenafweging weegt het belang van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder dan dat van de weigeraar. Daarom beveelt de rechtbank de schuldeiser om in te stemmen met de regeling, wijst het subsidiaire verzoek tot WSNP af en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Rechtbank beveelt schuldeiser tot instemming met schuldregeling en wijst subsidiair verzoek WSNP af.