Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
- dat zij voor de ingreep niet is geïnformeerd over de risico’s en in ieder geval niet het risico van een darmperforatie (hierna ook: schending van de informatieplicht);
- dat de operatie onzorgvuldig is uitgevoerd;
- dat het ziekenhuis in het natraject onzorgvuldig heeft gehandeld.
2.De procedure
- de conclusie van antwoord met 3 producties,
- de brief van 5 oktober 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 23 januari 2024,
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
- hoe groot was het risico van de inmiddels opgetreden complicatie;
- hoe zou de situatie zich ontwikkeld hebben wanneer van de behandeling zou zijn afgezien;
- kwamen redelijkerwijs minder risicovolle behandelmethoden voor toepassing in aanmerking en wat was de kans op succes bij een dergelijke behandelmethode.
- de baarmoeder van [eiseres1] in 2015 laparoscopisch is verwijderd,
- [eiseres1] zich in september 2016 opnieuw met pijn in de onderbuik rechts bij de polikliniek gynaecologie van het ziekenhuis heeft gemeld,
- die pijnklachten bleven aanhouden,
- een transvaginale echoscopie op 15 januari 2021 het vermoeden van een cyste aan de rechter eierstok van [eiseres1] bevestigde,
- een laparoscopische verwijdering van de eierstok waarop de cyste zich bevindt onder die omstandigheden medisch geïndiceerd is,
- darmletsel na een gynaecologische ingreep uitermate zeldzaam is en voor komt met een frequentie tussen 0,13% en 0,39% afhankelijk van de uitgebreidheid van de ingreep.
- Op 1 oktober, de eerste dag na de operatie, had mevrouw meer pijn. Ze gaf ook over, de kleur van het braaksel was donkergeel. Schoondochter heeft gebeld. De boodschap was dat overgeven normaal is. Schoondochter heeft ook gevraagd om pijnstilling. Het antwoord luidde dat paracetamol voldoende moest zijn. De schoondochter geeft aan dat ze ca. 2 keer heeft gebeld op 1 oktober.
- De nacht daarop heeft mevrouw niet geslapen. Ze werd zieker en voelde koud aan. Op 2 oktober, dag 2 na operatie, moest mevrouw gelijk bruine vloeistof overgeven als ze iets at. De schoondochter heeft ca. 3 a 4 keer gebeld met het ziekenhuis om haar zorgen te uiten. Ze heeft de klachten beschreven, daarbij is ook gevraagd om betere pijnstilling. Die werd voorgeschreven en door de familie opgehaald bij de dienstapotheek bij het ziekenhuis. De medicatie kreeg mevrouw niet binnen omdat ze al bij het eerste slokje moest overgeven. Mevrouw kon ook niet meer plassen.
6.De beslissing
woensdag 17 april 2024voor het nemen van een akte over wat is vermeld onder 5.42, eerst aan de zijde van [eiseres1] en vervolgens op de rol van vier weken daarna aan de zijde van [het ziekenhuis] ,