In deze civiele procedure vorderden [stichting01] en [persoon01] betaling van achterstallige VvE-bijdragen en notariskosten van [persoon02] en [persoon03], alsmede het handhaven van conservatoire beslagen op twee woningen. De eisers stelden dat zij een vordering van ruim €19.000 hadden op de gedaagden, waarvan een deel al executoriaal was geïnd, en dat de notariskosten van de executieverkoop betaald moesten worden.
De gedaagden betwistten de hoogte van de vordering en stelden dat zij reeds voldaan hadden wat zij verschuldigd waren. De rechter oordeelde dat slechts een bedrag van circa €8.600 aan VvE-bijdragen onbetwist was en dat de aanvullende vorderingen onvoldoende waren onderbouwd. Het resterende bedrag was negatief na verrekening met reeds geïnde bedragen, zodat geen verdere betaling verschuldigd was.
Ook de notariskosten van ruim €4.700 werden afgewezen omdat deze niet als executiekosten konden worden aangemerkt en onvoldoende waren gemotiveerd. De conservatoire beslagen werden opgeheven omdat de vorderingen werden afgewezen. Ten slotte werden de proceskosten aan de zijde van de eisers aan hen opgelegd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.