De rechtbank Rotterdam heeft op 20 februari 2024 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van het voorbereiden en bevorderen van de invoer van grote hoeveelheden cocaïne en het aannemen van een gift in strijd met zijn plicht in zijn dienstbetrekking.
De feiten betreffen de periode van 3 mei 2022 tot en met 9 juli 2022, waarin verdachte als werknemer van een bedrijf via een niet aan hem toebehorend account inlogde op een online platform om containergegevens met cocaïne te bevragen en door te geven aan een criminele organisatie. Tevens nam hij geldbedragen aan, terwijl hij dit verzweeg tegenover zijn werkgever.
De verdachte heeft de tenlastelegging ter terechtzitting bekend en er zijn procesafspraken gemaakt tussen de officier van justitie en de verdediging, waarbij een gevangenisstraf van 30 maanden werd geëist. De rechtbank achtte de straf passend gezien de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van cocaïnehandel en corruptie, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank verklaarde de tenlastegelegde feiten bewezen, sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van voorarrest. De strafuitvoering zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting met mogelijke deelname aan programma's of voorwaardelijke invrijheidsstelling.