ECLI:NL:RBROT:2024:2180

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 februari 2024
Publicatiedatum
19 maart 2024
Zaaknummer
10773334 CV EXPL 23-28994
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 7:219 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbinding huurovereenkomst wegens drugsbezit in woning met belangenafweging in voordeel huurder

De zaak betreft een vordering van Stichting Maasdelta Groep tot ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde], omdat in haar woning op 1 augustus 2023 drugs werden aangetroffen die duiden op drugshandel. Daarnaast werd contant geld en diverse mobiele telefoons gevonden. De burgemeester had een besluit genomen tot sluiting van de woning, maar dit werd ingetrokken.

Maasdelta vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De kantonrechter oordeelde dat hoewel sprake is van een toerekenbare tekortkoming wegens het drugsbezit, dit niet rechtvaardigt dat de huurovereenkomst wordt ontbonden. De huurder is als hoofdbewoner verantwoordelijk, maar er zijn geen aanwijzingen dat zij zelf betrokken was bij de drugsactiviteiten. De strafzaak tegen haar werd geseponeerd, alleen haar zoon moet voorkomen.

De belangenafweging weegt zwaar in het voordeel van de huurder en haar gezin, die al 22 jaar in de woning wonen zonder overlast en met een groot belang bij voortzetting van de huurovereenkomst. De kinderen zijn kwetsbaar en hebben hulpverlening nodig. Maasdelta heeft geen signalen ontvangen van drugsactiviteiten na de politieactie. De vordering wordt daarom afgewezen en Maasdelta wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen vanwege belangenafweging in het voordeel van de huurder en haar gezin.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10773334 CV EXPL 23-28994
datum uitspraak: 9 februari 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Maasdelta Groep (MDG),
vestigingsplaats: Spijkenisse ,
eiseres,
gemachtigde: mr. J.P.M. Borsboom,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. S. van Buuren,
De partijen worden hierna ‘ Maasdelta ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 17 oktober 2023, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen.
1.2.
Op 10 januari 2024 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren namens Maasdelta aanwezig, [persoon A] (senior woonconsulent) en [persoon B] (woonconsulent) met de gemachtigde. [gedaagde] was aanwezig met haar partner en haar gemachtigde.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurt een woning van Maasdelta . Door de politie is op 1 augustus 2023 een hoeveelheid drugs in de woning aangetroffen die wijst op drugshandel. Ook is contant geld aangetroffen en diverse mobiele telefoons. Op 29 augustus 2023 heeft de burgemeester het besluit genomen om de woning voor de duur van drie maanden te sluiten. Dit besluit is later ingetrokken en de woning is niet gesloten geweest.
2.2.
Maasdelta vordert in deze procedure dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en dat [gedaagde] en haar gezin de woning ontruimen. De kantonrechter wijst de vordering van Maasdelta af. Hierna wordt toegelicht waarom.
Juridisch kader
2.3.
Als de huurder zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst niet nakomt, mag de verhuurder de rechter vragen om de huurovereenkomst te ontbinden (artikel 6:265 lid 1 BW Pro). De rechter zal dan moeten beoordelen of de gedragingen ernstig genoeg zijn, of dat de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Alle omstandigheden van het geval kunnen hierbij een rol spelen.
Tekortkoming
2.4.
In de woning van [gedaagde] zijn op verschillende plekken drugs gevonden. [gedaagde] voert aan dat haar geen verwijt treft, omdat de drugs van haar oudste zoon van 24 zijn en [gedaagde] van niets wist. [gedaagde] wordt daarin niet gevolgd. [gedaagde] is als hoofdbewoner verantwoordelijk voor wat er in haar woning gebeurt. Het drugsbezit van haar zoon wordt op grond van artikel 7:219 BW Pro aan haar toegerekend, ongeacht haar wetenschap.
2.5.
De aanwezigheid van (een handelshoeveelheid) drugs in de woning levert een toerekenbare tekortkoming op. De kantonrechter is echter van oordeel dat deze tekortkoming een ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter zal dat hierna toelichten.
Belangenafweging in het voordeel van [gedaagde]
2.6.
Maasdelta heeft als sociaal verhuurder een evident belang om drugsactiviteiten in haar huurwoningen tegen te gaan. Dat geldt zeker voor een huurwoning gelegen in een kwetsbare wijk, zoals hier aan de orde. Door Maasdelta zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die erop wijzen dat [gedaagde] zelf iets met de drugs te maken heeft. Het blijkt ook niet uit de bevindingen van de politie. Het enkele feit dat er drugs zijn aangetroffen in de slaapkamer van [gedaagde] is - mede gelet op de verklaring daarover van haar oudste zoon die zegt dat het van hem was - onvoldoende. De strafzaak tegen [gedaagde] is bovendien geseponeerd. Alleen haar oudste zoon moet voorkomen.
2.7.
Van belang is verder dat de oudste zoon van [gedaagde] verhuisd is naar zijn oom en daar ook staat ingeschreven. Zijn slaapkamer in de woning is leeggehaald en de jongste zoon slaapt nu in die kamer. Maasdelta heeft ter zitting verklaard dat zij na de politie geen signalen heeft ontvangen over drugs(handel) in de woning.
2.8.
[gedaagde] woont al 22 jaar in de woning zonder dat er sprake is geweest van overlastklachten. Volgens verklaringen van diverse buurtgenoten - die door Maasdelta niet zijn betwist - wordt zij ervaren als prettige buurtbewoner. [gedaagde] , haar partner en andere kinderen (van 8 en 18 jaar) hebben een groot belang bij voortzetting van de huurovereenkomst en behoud van de woning. Vast staat dat zij niet bij familie of bekenden terecht kunnen en dat er geen concreet zicht is op een andere woning. Daar komt bij dat de kinderen die nog in de woning wonen kwetsbaar zijn en hulpverlening nodig hebben. Zij zijn gebaat bij stabiliteit en een vertrouwde omgeving.
2.9.
[gedaagde] , haar partner en de twee inwonende kinderen worden door een gedwongen ontruiming zwaar getroffen, terwijl er geen aanwijzingen zijn dat zij iets te maken hebben met de drugs. Het woonbelang van [gedaagde] en haar gezin moet in dit geval daarom zwaarder wegen dan het belang van Maasdelta .
Proceskosten
2.10.
Maasdelta moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [gedaagde] op € 408,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 204,-).
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.11.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt Maasdelta in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 408,-;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans en in het openbaar uitgesproken.
47636