Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[handelsnaam1],
1.De procedure
- de dagvaarding van 6 juli 2023, met bijlagen;
- het antwoord met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen;
- de e-mail van [gedaagde1] van 21 januari 2023, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak stond de ontbinding van een vennootschap onder firma centraal, waarbij eiser zich per 1 december 2022 mocht uitschrijven wegens tekortkomingen van de andere vennoot. De kantonrechter oordeelde dat de ontbinding rechtsgeldig was en dat eiser aanspraak had op een bedrag van €13.137,81, bestaande uit zijn aandeel in het banksaldo, debiteurensaldo en een fee.
De andere vennoot vorderde in reconventie een boete en schadevergoeding wegens overtreding van het concurrentiebeding. De kantonrechter stelde vast dat eiser inderdaad het concurrentiebeding had overtreden door binnen een jaar na ontbinding werkzaam te zijn bij een soortgelijke onderneming zonder toestemming. De boete werd gematigd tot €10.000 vanwege disproportionaliteit ten opzichte van de schade.
De schadevergoeding werd vastgesteld op €10.612, de helft van het door de vennoot berekende bedrag, vanwege onvoldoende bewijs van de precieze omvang. Na verrekening van de vorderingen moest eiser een bedrag van €7.474,19 aan de andere vennoot betalen. De proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis in reconventie werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Eiser mocht vof ontbinden en heeft recht op betaling, maar moet boete en schadevergoeding wegens overtreding concurrentiebeding betalen.