ECLI:NL:RBROT:2024:2266
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen afwijzing onderzoeksverzoek door rechter-commissaris niet-ontvankelijk
De zaak betreft een strafrechtelijk geschil waarbij de bezwaarde bezwaar maakte tegen de afwijzing van een verzoek tot onderzoek naar verdovende middelen en alcohol in het bloed van het slachtoffer, de overleden bestuurder van het voertuig waarmee de bezwaarde in botsing kwam.
De rechtbank had de strafzaak op 28 november 2023 geschorst en verwezen naar de rechter-commissaris voor onderzoek. De rechter-commissaris wees het verzoek van de verdediging op 3 januari 2024 af. De bezwaarde diende daarop een bezwaarschrift in op grond van artikel 182 lid 6 Sv Pro.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 316 Sv Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 3 maart 2015, ECLI:NL:2015:505) na verwijzing naar de rechter-commissaris geen plaats meer is voor een bezwaarschrift tegen diens afwijzing van onderzoeksverzoeken. Dit om de sturende rol van de zittingsrechter te waarborgen en procedurele complicaties te voorkomen.
Daarom verklaart de rechtbank het bezwaarschrift niet-ontvankelijk. De verdediging had geen rechtsmiddel tegen de afwijzing van de rechter-commissaris en het bezwaar werd gezien als een verkapt appel, wat niet is toegestaan binnen het gesloten stelsel van rechtsmiddelen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de afwijzing van het onderzoeksverzoek door de rechter-commissaris is niet-ontvankelijk verklaard.