ECLI:NL:RBROT:2024:2275
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens nieuwe schulden en verslaving
De rechtbank Rotterdam heeft op 8 maart 2024 uitspraak gedaan over het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar. De bewindvoerder had dit verzoek ingediend vanwege het ontstaan van nieuwe schulden, waaronder een terugvordering zorgtoeslag, schadevergoeding wegens stalking, telecomschulden en boetes. Daarnaast was de schuldenaar gedurende de regeling enige tijd in detentie geweest wegens strafbare feiten en kampte hij met een terugkerende alcoholverslaving en een onstabiele woonsituatie.
Tijdens de zitting van 29 februari 2024 werden de bewindvoerder, schuldenaar en beschermingsbewindvoerder gehoord. Zowel de schuldenaar als de beschermingsbewindvoerder gaven aan dat het beter was de regeling te beëindigen zodat eerst de verslaving onder controle kon worden gebracht en een stabiele woonplaats kon worden gevonden. De rechtbank oordeelde dat de schuldsaneringsregeling niet langer wenselijk was en beëindigde deze op grond van artikel 350 lid 3 sub g van Pro de Faillissementswet.
Verder stelde de rechtbank het salaris van de bewindvoerder en de gemaakte kosten vast op maximaal €3.004,69. Er waren onvoldoende baten om vorderingen te voldoen, zodat geen faillissement van rechtswege zou ontstaan na het in kracht van gewijsde gaan van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens nieuwe schulden, detentie en verslaving en stelt het salaris van de bewindvoerder vast.