Eiseres ontving een AIO-aanvulling die door verweerder werd herzien en teruggevorderd over de periode 2007-2014. Verweerder stelde een aflossingsbedrag vast op basis van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet, waarbij een bedrag van €175,24 per maand werd ingehouden op haar AOW-uitkering.
Eiseres voerde aan dat de beslagvrije voet niet correct was berekend en dat het aflossingsbedrag te hoog was, waardoor onvoldoende leefgeld overbleef. Verweerder heeft de berekening van de beslagvrije voet en het aflossingsbedrag onvoldoende inzichtelijk gemaakt en niet duidelijk gemaakt hoe het gewenningsbeleid werd toegepast.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 Awb. Het besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een betere motivering, waarbij ook rekening moet worden gehouden met wetswijzigingen en jurisprudentie.
De rechtbank bepaalt tevens dat verweerder het betaalde griffierecht aan eiseres vergoedt.