ECLI:NL:RBROT:2024:2351
Rechtbank Rotterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Homologatie van onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement na coronacrisis en energiecrisis
Verzoekster, een onderneming actief in opleidingen en trainingen, leed vanaf maart 2020 door de coronacrisis en de daaropvolgende energiecrisis aan ernstige liquiditeitsproblemen. Ondanks kostenreducties en tijdelijke steun van de bank en Belastingdienst ontstond acute liquiditeitsnood in de zomer van 2023. De bank zegde het krediet per 1 maart 2024 op.
Om faillissement te voorkomen, bood verzoekster een onderhands akkoord aan haar schuldeisers aan, dat een betere uitkering biedt dan een faillissement. De schuldeisers werden verdeeld in zes klassen, waaronder de bank, verhuurder, Belastingdienst en concurrente schuldeisers. De Belastingdienst stemde aanvankelijk tegen, maar keerde later terug naar instemming.
De rechtbank stelde vast dat aan de voorwaarden voor homologatie was voldaan, waaronder rechtsmacht, ontvankelijkheid en het ontbreken van afwijzingsgronden. De onderneming verkeert in een toestand van dreigende insolventie, het akkoord bevat voldoende informatie en nakoming is gewaarborgd. De rechtbank besloot het akkoord te homologeren, waarmee de sanering en voortzetting van de onderneming mogelijk worden gemaakt.
Uitkomst: De rechtbank heeft het onderhands akkoord gehomologeerd, waarmee faillissement wordt voorkomen.