ECLI:NL:RBROT:2024:2354
Rechtbank Rotterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek afkondigen afkoelingsperiode in WHOA-zaak wegens ontbreken duidelijke plus voor schuldeisers
Verzoekster, een besloten vennootschap die een horecaonderneming exploiteert via een dochtervennootschap, heeft bij de rechtbank Rotterdam verzocht om een afkoelingsperiode van vier maanden af te kondigen op grond van artikel 376 Faillissementswet Pro. Dit om een buitengerechtelijk akkoord voor gecontroleerde afwikkeling van haar schulden aan te bieden en ontruiming en beslaglegging te schorsen.
De verhuurder Marcan Vastgoed en pandhouder ABN AMRO waren belanghebbenden in de procedure. Marcan Vastgoed had ontruiming aangezegd en beslag gelegd, terwijl ABN AMRO een beperkte afkoelingsperiode steunde. Verzoekster stelde dat zij binnen twee maanden een akkoord zou aanbieden en dat een afkoelingsperiode noodzakelijk was om de onderneming gecontroleerd af te wikkelen.
De rechtbank oordeelde dat hoewel een afkoelingsperiode nodig is om de onderneming voort te zetten, niet summierlijk is gebleken dat de gezamenlijke schuldeisers hiervan redelijkerwijs voordeel zullen hebben. Er is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat een akkoord buiten faillissement een duidelijke plus oplevert ten opzichte van faillissement. De voorgenomen verkoop en afwikkeling kunnen ook binnen faillissement plaatsvinden.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot afkondiging van de afkoelingsperiode af. De ontruiming en beslaglegging blijven daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: Verzoek tot afkondiging afkoelingsperiode wordt afgewezen wegens ontbreken van aannemelijkheid van duidelijke plus voor schuldeisers.