ECLI:NL:RBROT:2024:2355

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 maart 2024
Publicatiedatum
22 maart 2024
Zaaknummer
C/10/652532 / HO RK 23/73
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 370 lid 3 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekken aanwijzing herstructureringsdeskundige na unaniem aanvaard onderhands akkoord in besloten akkoordprocedure

Schuldenares heeft op 9 februari 2023 een startverklaring ingediend voor een besloten akkoordprocedure onder de Faillissementswet. De rechtbank Rotterdam stelde op 24 februari 2023 de bevoegdheid vast en wees mr. Chr. Groenewoud aan als herstructureringsdeskundige met een budget van €12.500 exclusief BTW.

Op 8 februari 2024 meldde de herstructureringsdeskundige dat alle betrokken schuldeisers het akkoord unaniem hadden aanvaard, waardoor homologatie niet meer nodig was. Hij verzocht tevens om vaststelling van zijn salaris op het eerder toegekende bedrag.

De rechtbank oordeelde dat de wet niet voorziet in automatische beëindiging van de aanwijzing bij een unaniem akkoord, maar besloot de aanwijzing in te trekken omdat het WHOA-traject was geëindigd. Het salaris werd als redelijk vastgesteld en ten laste van schuldenares gebracht. De beschikking werd op 5 maart 2024 uitgesproken door de rechtbank Rotterdam.

Uitkomst: De rechtbank trok de aanwijzing van de herstructureringsdeskundige in en stelde het salaris vast op €12.500 exclusief BTW.

Uitspraak

Rechtbank ROTTERDAM

Team Insolventie – meervoudige kamer
intrekken aanwijzing herstructureringsdeskundige en vaststellen salaris
rekestnummer: C/10/652532 / HO RK 23/73
uitspraakdatum: 5 maart 2024
Beschikking in de – geëindigde – besloten akkoordprocedure van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[schuldenares],
statutair gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna te noemen: schuldenares,
advocaten: mr. F.B. Bosvelt en mr. J.M. Luijkx, kantoorhoudende te Utrecht.

1.De procedure

1.1.
Schuldenares heeft op 9 februari 2023 ter griffie van deze rechtbank een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 Faillissementswet Pro (Fw) gedeponeerd.
1.2.
In de openingsbeslissing van 24 februari 2023 zijn de bevoegdheid van deze rechtbank en de keuze voor een besloten akkoordprocedure vastgesteld en is mr. Chr. Groenewoud aangewezen als herstructureringsdeskundige, met vaststelling van het budget van de herstructureringsdeskundige op € 12.500,- exclusief BTW.
1.3.
Op 8 februari 2024 heeft de herstructureringsdeskundige de rechtbank per e-mail meegedeeld dat alle schuldeisers die betrokken waren bij het akkoord met dat akkoord hebben ingestemd. Homologatie van het akkoord is derhalve niet aan de orde. Hij heeft verder de rechtbank verzocht om vaststelling van zijn salaris op een bedrag van € 12.500,- exclusief BTW.

2.De beoordeling

2.1.
De wet voorziet niet in een beëindiging van de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige van rechtswege als een unaniem aanvaard onderhands akkoord is bereikt. Nu het WHOA-traject is geëindigd, zal de rechtbank de aanwijzing van de herstructureringsdeskundige intrekken.
2.2.
Het verzoek om vaststelling van het salaris komt de rechtbank alleszins redelijk voor en de rechtbank zal het salaris dienovereenkomstig vaststellen. De rechtbank ziet af van het opvragen van een zienswijze van schuldenares, omdat het vastgestelde salaris gelijk is aan het reeds toegekende voorschot en schuldenares destijds daartegen geen bezwaar heeft geuit.

3.De beslissing

De rechtbank:
- trekt in de aanwijzing van mr. Chr. Groenewoud als herstructureringsdeskundige in de besloten akkoordprocedure van schuldenares;
- stelt het salaris van de herstructureringsdeskundige vast op € 12.500,- exclusief BTW;
- bepaalt dat voornoemd salaris ten laste van schuldenares komt.
Deze beschikking is gegeven door mr. B.A. Cnossen, voorzitter, mr. R. Cats en mr. M. Leppens, rechters, en in aanwezigheid van mr. J.B. Biezen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2024.