ECLI:NL:RBROT:2024:2409
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering na Covid-infectie en medische beperkingen bevestigd
De rechtbank Rotterdam behandelt het beroep van eiseres tegen het besluit van het UWV om haar aanvraag voor een WIA-uitkering af te wijzen. Na een eerdere tussenuitspraak waarin een gebrek in het besluit werd vastgesteld, heeft het UWV een aanvullende motivering gegeven. De rechtbank beoordeelt deze aanvullende rapporten van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeert dat de door eiseres aangevoerde Covid-infectie en andere klachten niet leiden tot meer beperkingen dan eerder vastgesteld. De arbeidsdeskundige motiveert waarom de functies met bepaalde SBC-codes geschikt zijn voor eiseres. Eiseres heeft hiertegen een nieuw medisch rapport overgelegd, maar dit leidt niet tot wijziging van het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De rechtbank oordeelt dat het UWV het gebrek heeft hersteld en dat het medisch oordeel voldoende gemotiveerd is. De beperkingen van eiseres zijn objectief vastgesteld en de geschiktheid van de functies is adequaat onderbouwd. De mate van arbeidsongeschiktheid is terecht vastgesteld op minder dan 35%, waardoor de afwijzing van de WIA-uitkering terecht is.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens wordt het griffierecht aan eiseres vergoed en wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de afwijzing van de WIA-uitkering blijft in stand.