ECLI:NL:RBROT:2024:2439
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid per 1 januari 2020
Eiseres, werkzaam als junior belastingadviseur, vroeg een WIA-uitkering aan die door het UWV werd afgewezen omdat zij op 1 januari 2020 minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Na een medische en arbeidskundige herbeoordeling handhaafde het UWV dit besluit. Eiseres voerde aan dat haar feitelijke belastbaarheid lager was dan vastgesteld, mede door vermoeidheidsklachten en ziekenhuisbehandelingen.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep het medisch beeld en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 1 maart 2021 op overtuigende wijze had gemotiveerd. De door eiseres ingebrachte medische informatie betrof een gewijzigde situatie vanaf 1 juni 2022 en was niet relevant voor de datum in geding. Ook de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep motiveerde dat de praktische verdiencapaciteit op basis van de polisadministratie moest worden vastgesteld, waarbij een arbeidsovereenkomst van 28 uur per week gold.
De rechtbank concludeerde dat de beperkingen van eiseres, waaronder vermoeidheid en ziekenhuisbehandelingen, niet tot een lagere belastbaarheid dan 30 uur per week leidden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter D. Haan op 29 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar WIA-aanvraag per 1 januari 2020 is ongegrond verklaard.