Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
- verzoeker; en
- mr. Van Tongeren .
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende op 5 maart 2024 een wrakingsverzoek in tegen rechter M. Fiege, die op 6 februari 2024 een rolzitting leidde in de hoofdzaak tussen verzoeker en Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam. De wrakingskamer stelde vast dat het verzoek niet gericht was tegen de aanvankelijk veronderstelde rechter Van Tongeren, maar tegen Fiege.
De wrakingskamer beoordeelde vervolgens de ontvankelijkheid van het verzoek. Volgens de wet moet een wrakingsverzoek worden ingediend zodra de feiten en omstandigheden waarop het is gebaseerd bekend zijn. Omdat er bijna een maand zat tussen de zitting en het verzoek, oordeelde de kamer dat het verzoek te laat was ingediend.
Verzoeker voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van de wrakingsmogelijkheden en wettelijke termijnen, maar dit werd niet aanvaard. De wrakingskamer concludeerde dat van verzoeker verwacht mocht worden het verzoek binnen enkele dagen na de zitting in te dienen. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek van verzoeker tegen rechter Fiege is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.