Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een periodiek verrekenbeding en zijn eind 2022 feitelijk gescheiden. De eiseres woont met hun minderjarige zoon in de voormalige echtelijke woning, de gedaagde woont elders. Er loopt een echtscheidingsprocedure met nevenvoorzieningen, waaronder alimentatie, waarvan de inhoudelijke behandeling gepland staat op 23 mei 2024.
Eiseres vordert in kort geding dat gedaagde binnen tien dagen diverse financiële stukken overlegt, waaronder jaarrekeningen, belastingaangiften en bankafschriften van meerdere vennootschappen en zichzelf, ter voorbereiding op de bodemprocedure. Gedaagde betwist de noodzaak van deze informatie en voert verweer tegen de vordering.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen uitzonderlijke en spoedeisende omstandigheden zijn om afgifte van de stukken in kort geding te gelasten. De bodemprocedure staat op korte termijn gepland en de meervoudige kamer zal het verdere procesverloop bepalen. De vordering wordt afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.