In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 19 oktober 2023 de huurovereenkomst ontbonden en de huurder veroordeeld om de woning binnen drie maanden te ontruimen. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor de ontruiming direct kan worden geëxecuteerd.
De huurder heeft in een kort geding verzocht om schorsing van de ontruiming zolang het hoger beroep loopt. De rechtbank heeft getoetst of sprake is van een kennelijke misslag in het eerdere vonnis en een belangenafweging gemaakt tussen de huurder en verhuurder. Er is geen kennelijke misslag vastgesteld.
De belangenafweging leidde tot het oordeel dat de belangen van de verhuurder, die een nieuwe huurder heeft en schade lijdt bij uitstel, zwaarder wegen dan die van de huurder. Hoewel de huurder minderjarige kinderen heeft, is onvoldoende onderbouwd dat een noodsituatie voor hen zal ontstaan, mede omdat zij bij hun vader kunnen verblijven.
De huurder heeft onvoldoende actie ondernomen om een andere woning te vinden ondanks de ruime ontruimingstermijn. De eis tot schorsing wordt daarom afgewezen en de huurder wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.