Eiser werd op 21 december 2021 gecontroleerd door de politie waarbij een speekseltest en bloedonderzoek positief waren voor cannabis (THC-waarde 3,1 microgram per liter bloed, net boven de grenswaarde). Het CBR verklaarde daarop het rijbewijs van eiser ongeldig wegens drugsmisbruik en handhaafde dit besluit na bezwaar.
Twee psychiatrische rapportages stelden vast dat sprake was van drugsmisbruik in de zin der wet, onderbouwd met verklaringen van eiser, bloedonderzoek en gedragskenmerken. Eiser voerde tegen dat de rapportages tegenstrijdig waren, dat sprake was van recreatief gebruik, en dat het CBR onzorgvuldig had gehandeld.
De rechtbank oordeelde dat de rapportages voldoende concludent zijn en dat het CBR terecht het besluit heeft genomen. De stelling van onderrapportage werd bevestigd door de inconsistenties in de stopdata van eiser. De rechtbank verwierp de argumenten over recreatief gebruik en het belang van het rijbewijs voor werk, en concludeerde dat het CBR het rijbewijs terecht ongeldig heeft verklaard.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.